De Oprechte Hollandsche Civet: Amsterdams Parfummonopolie

Amsterdam had ooit een staatsmonopolie op katten die parfum produceerden — en noemde er zelfs een VOC-schip naar

In 1630 verleenden de Staten-Generaal van de Republiek een officieel handelsmonopolie aan één koopman en zijn compagnie. Niet voor specerijen, niet voor zijde, niet voor een van de gebruikelijke rijkdommen van de Gouden Eeuw. Het monopolie was voor het houden van civetkatten en de handel in civet — een dierlijke geurstof die eeuwenlang een basisingrediënt van de parfumerie vormde. Zulke exclusieve overheidsmonopolies werden zelden verleend. Civet was een van de weinige uitzonderingen.

Inhoud

  1. Van Antwerpen naar Amsterdam
  2. Witter dan wit: de Hollandsche Civet
  3. Een staatsmonopolie op een kat
  4. Een VOC-schip genaamd Civetkat
  5. Waarom dit vandaag nog relevant is
  6. Veelgestelde vragen

1. Van Antwerpen naar Amsterdam

Civet — een boterachtige geurstof, afkomstig uit een klier van de civetkat — bereikte de Lage Landen aanvankelijk via Portugese handelaren, die het via Afrika en Zuidoost-Azië naar de grote handelsstad Antwerpen brachten. Na de val van Antwerpen in 1585 vluchtten veel van deze kooplieden naar Amsterdam, dat in de decennia daarna uitgroeide tot het nieuwe handelscentrum van West-Europa — inclusief de kennis van en handel in civet.

2. Witter dan wit: de Hollandsche Civet

Wat Amsterdam onderscheidde van andere Europese handelscentra, was dat de stad niet volstond met importeren. Kooplieden hielden er zelf civetkatten, specifiek gevoed met melk en het wit van gekookte eieren — een dieet dat de geproduceerde civet een opvallend witte kleur gaf. Deze "Hollandsche Civet" werd door internationale kooplieden geprefereerd boven civet uit de Levant of India, precies vanwege deze zuiverheid.

Een Franse apotheker in dienst van Lodewijk XIV, Pierre Pomet, kreeg ooit een civetkat cadeau en probeerde zelf civet te produceren. Na een paar maanden gaf hij het op — zijn product werd niet gewaardeerd, simpelweg omdat het niet zo wit was als de Hollandse civet. De kwaliteit van het dieet, zo bleek, bepaalde direct de kwaliteit — en de prijs — van het eindproduct.

3. Een staatsmonopolie op een kat

De handel bleef geconcentreerd in handen van een klein aantal families, onder wie de Amsterdamse slager-koopman Pieter Denijs en de koopman Abraham van Beyerlandt. In 1630 verleenden de Staten-Generaal aan Van Beyerlandt en zijn compagnie een exclusief recht: alleen zij mochten civetkatten houden en importeren, een octrooi dat dertien jaar geldig bleef. Historicus Oscar Gelderblom noemt dit een zeldzaamheid — dergelijke exclusieve monopolies werden door de Staten-Generaal en het Amsterdamse stadsbestuur zelden verstrekt, en civet was een van de weinige producten waarvoor een uitzondering werd gemaakt.

Een enkele mannelijke civetkat leverde de handelaren, afhankelijk van het jaar en de prijs, tussen de 90 en 130 gulden per jaar op — het dier verdiende zichzelf in minder dan twee jaar terug.

4. Een VOC-schip genaamd Civetkat

Hoe bekend het product destijds was, blijkt uit een kleine maar sprekende historische voetnoot: in 1679 liep bij de VOC-werf in Amsterdam een fluitschip van 290 ton van stapel, dat de naam Civetkat meekreeg. Een handelswaar die belangrijk genoeg was om een schip naar te vernoemen, was destijds geen alledaagse zaak.

5. Waarom dit vandaag nog relevant is

Civet, net als de andere klassieke dierlijke grondstoffen van de parfumerie — muskus, ambergris, castoreum — wordt in de hedendaagse parfumerie vrijwel volledig vervangen door synthetische alternatieven. Geen enkel dier hoeft er meer voor te worden gehouden of geïrriteerd. Maar de onderliggende vraag van de zeventiende-eeuwse Amsterdamse handelaren — hoe verkrijg je een consistente, betrouwbare, hoogwaardige geurstof — is exact dezelfde vraag die vandaag de dag ten grondslag ligt aan de productie van moderne musk-moleculen. Alleen het antwoord is veranderd: niet langer een zorgvuldig dieet voor een gevangen dier, maar precisiechemie in een laboratorium.

Veelgestelde vragen

Wat is civet?

Een boterachtige, sterk geurende afscheiding uit een klier van de civetkat, eeuwenlang gebruikt als grondstof in de parfumerie, tegenwoordig vrijwel volledig vervangen door synthetische alternatieven.

Hield Amsterdam echt civetkatten?

Ja. Amsterdamse kooplieden hielden civetkatten en voedden ze specifiek met melk en eiwit om een witte, hooggewaardeerde civet te produceren, bekend als "Hollandsche Civet".

Waarom kreeg Van Beyerlandt een staatsmonopolie?

In 1630 verleenden de Staten-Generaal een exclusief handelsrecht voor civetkatten aan Abraham van Beyerlandt en compagnie — één van de zeer weinige monopolies die de Republiek ooit voor een specifiek product verstrekte.

Bestond er echt een schip genaamd Civetkat?

Ja, in 1679 liep bij de VOC-werf in Amsterdam een fluitschip van 290 ton van stapel met de naam Civetkat.


Meer lezen

Lees ook over de tulp als nationale geur van Nederland, het verhaal van DSM, van kolenmijn tot maker van Hedione, IFF's fabriek in Hilversum, en waarom een geurstof geen geur is.


Dit artikel is samengesteld op basis van open bronnen, waaronder het historisch dossier "De handel in civet en de civetkat in de gouden eeuw", gebaseerd op notariële akten en het werk van historici Jonathan I. Israel en Oscar Gelderblom.

Helvetolide® van Firmenich →